|
| Automatische
ontvettingsmachines die werken met gechloreerde oplosmiddelen, hebben over
het algemeen een atmosferische destillatie-unit ingebouwd voor recyclen
van het oplosmiddel. Het destillatie-residue bestaand uit olie, vet,
metaaldeeltjes, etc. bevat aan het eind van de cyclus nog tussen 20 and
50% oplosmiddel. Dit relatief hoge percentage oplosmiddel vind zijn oorzaak in het feit dat gechloreerde oplosmiddelen niet thermo-stabiel zijn, waardoor de destillatie niet tot het eindpunt bedreven kan worden aangezien anders het oplosmiddel verzuurd. Dit heeft 2 gevolgen: verlies van (duur) oplosmiddel en hoge verwerkingskosten voor het destillatie-residue. Een verbetering komt van vacuumdestillatie waardoor het aandeel oplosmiddel in het residue zinkt tussen 5 en 8%. Een definitieve oplossing voor dit probleem is de combinatie van vacuumdestillatie met azeotropische destillatie. |
| AZEOTROPISCHE VACUUMDESTILLATIE |
| In de industrie wordt azeotropische vacuumdestillatie reeds lange tijd toegepast voor de behandeling van thermo-labiele oplosmiddelen. FORMECO heeft dit principe vertaalt op kleine schaal. Het proces bestaat uit een simpele vacuumdestillatie waarbij 70 tot 80% van het oplosmiddel gedestilleerd wordt. Nadien wordt het geconcentreerde residue in de boiler behandelt m.b.v. stoom waardoor de laatste oplosmiddelresten verwijderd worden. Dit alles bij een temperatuur ruim onder de verzuringstemperatuur. |
|
| RESULTATEN |
|
| DE UNITS |
|
| OPTIONAL |
|
![]()